Ik ben vereerd dat ik het voorwoord mocht schrijven voor dit fantastische boek, waar ik zelf in deel 1 mijn verhaal mocht doen. Dit is wat ik schreef:
"Als je dit leest heb je een stukje geschiedenis in handen. Er zijn veel boeken geschreven over de Nederlandse housegeschiedenis, maar de Rotterdamse scene is daarin veelal onderbelicht gebleven. En dat terwijl de Rotterdamse invloed nu juist de Nederlandse housescene een paar ballen gaf. Wat er ook uit Rotterdam komt, het heeft altijd wel een ruw randje. Je kunt je er aan snijden, en dan proef je de smaak van roestig metaal. De smaak van de schepen, de containers en van het zweet dat van het dak van de Energiehal naar beneden druipt. Dat randje zit in ons DNA en dat geven we graag door. Als je de geschiedenis kent en vervolgens naar de muziek luistert die vandaag gemaakt wordt, dan weet je wat ik bedoel. Om beter te begrijpen wat dat DNA is en hoe het functioneert moet je eens gaan praten met Rotterdamse artiesten. Dat is precies wat Ronald Tukker doet met zijn “In The House” serie. Hij graaft als een archeoloog in de geschiedenis en vertelt namens de artiesten de verhalen die veelal nog niet eerder opgeschreven waren. Gewapend met een memo-recorder en een ongekende passie voor de scene stelt hij de juiste vragen om de beste verhalen boven water te krijgen. Hij is niet op zoek naar sensatieverhalen over geld, seks en drugs, maar krijgt ze waarschijnlijk ongevraagd toch. Want dit is Rotterdam, en daar zeggen we wat we willen. Dit maakt “Rotterdam In The House” zoals de scene zelf: ruw en oprecht met een scherp randje, al is het in dit geval van papier".

Maurice “Poing” Steenbergen.